textiel woordenlijst

textiel woordenlijst

A

beeld: Alpaca

Acetaat

Cellulose-acetaat is licht, zacht, glad, maar toch stevig. Dit materiaal lijkt veel op natuurzijde en is heel soepel, krimpt en kreukt nauwelijks, en is snel droog. Het laat lucht en zweet door. Wassen met de hand of in de machine als fijne was tot 30 graden kan wel, nat wassen is echter lastig omdat het dan zijn sterkte verliest. Het mag maar heel licht gestreken worden. Lees het etiket. Het wordt vaak gebruikt als stof voor voering of om andere stoffen lichter te maken. Het wordt meestal gemengd met katoen, wol of nylon.

Acrylvezel
Ook wel polyacryl, polyacrylonitril of kortweg acryl genoemd, is een synthetische vezel, die wordt verkregen uit polymerisatie van acrylonitril. Polyacryl vormt lange lineaire moleculen, die zeer geschikt zijn voor gebruik als (textiel)vezel.

Alcantara
Een kunststof die gebruikt wordt als alternatief voor suède in de kledingindustrie en meubelmakerij.
De stof bestaat uit een melange van hecht geweven microvezels en bestaat voor 68% uit polyester en voor 32% uit polyurethaan. De stof heeft een suèdeachtig uiterlijk en is goed schoon te borstelen.
Alcantara heeft onder ecologen een slechte naam omdat het productieproces zeer milieubelastend is en veel afvalstoffen oplevert.

Alpaca
Haarvezel van de Angora goat, een lid van de Zuid-Amerikaanse Lama familie. Het is zachter, fijner, en sterker dan schapenwol, maar in relatief schaars.
De kwaliteit van wol wordt aangegeven in Microns. Hoe hoger de micron des te stugger is de wol. Goede spinbare alpacawol heeft een micron van rond de 20, alles boven de 30 is meer geschikt voor zwaardere projecten zoals bijvoorbeeld vloer- of wandkleden. De mooiste wol komt van de veulens daar die meestal een micron van beneden de 20 hebben.

Angorageit
De angorageit is een geitenras, dat afkomstig is uit de vallei Angora op het Centraal Anatolische Hoogvlakte in Turkije. Deze wolproducerende geit is wereldwijd bekend. De wol staat bekend als mohair. De meeste angorageiten zijn te vinden in Zuid-Afrika, Amerika (Texas), Australië en Canada.

De wol van een angorageit groeit ongeveer 2 centimeter per maand. De ruwe mohair is goed te spinnen, uitstekend te verven en glanst als zijde. In gespecialiseerde bedrijven wordt het verwerkt tot onder andere avondkleding, luxe meubelbekledingsstoffen en breigarens. Deze industrie kent een lange traditie. De branche voert een eigen, internationaal gebruikt, wolmerk.

Angorakonijn
Zacht, pluizig haar dat wordt geplukt of geschoren van de Angorakonijnen . Het Angorakonijn is een middelgroot konijnenras met een extreem lange vacht. De term Angora verwijst naar de vroegere naam van de Turkse hoofdstad Ankara, gelegen in een streek waar de langharige angorageit gefokt werd. Of het angorakonijn daar ook vandaan komt, is niet duidelijk.

Zoals alle uiterlijke veranderingen bij gedomesticeerde dieren is ook de lange vacht van het angorakonijn door genetisch toeval ontstaan. Sindsdien werd het dier gefokt voor zijn fijne warme wol die gebruikt wordt in de kledingindustrie. Het konijn hoeft daarvoor overigens niet te worden gedood.

De lange vacht kan voor het angorakonijn ernstige problemen opleveren als het dier niet regelmatig wordt geknipt of geschoren. De vacht vervilt en vormt klitten zodat het konijn zijn lichaamswarmte niet meer kwijt kan. Het knippen of scheren van Angora's wordt meestal overgelaten aan deskundigen.

B

beeld: Angorageit

Batikken

(van: veel puntjes in het Javaans) is een manier om textiel met verf van een decoratie te voorzien. Om te batikken wordt de stof eerst gedeeltelijk met een waterafstotende was behandeld. De behandelde gedeelten blijven na het verven wit. De was wordt vervolgens weer verwijderd. Geavanceerde batik bestaat uit verschillende kleurgangen, waarbij telkens de was op een andere manier wordt aangebracht. Doordat er kleine barstjes in de was komen, treedt er vaak een soort craquelé effect op.

Bedrukte stoffen
Stoffen worden eerst geweven en daarna bedrukt met een zeefdruktechniek. De prijs is o.a. afhankelijk van de stofkwaliteit en het aantal drukgangen. Katoen is een zeer geschikt materiaal om bedrukt te worden omdat het de verf goed op neemt.

Blend
Garens samengesteld uit verschuilende grondstoffen. Zoals b.v. 20% katoen 20% viscose 60% polyester, doordat er een hoog percentage aan polyester is verwerkt in de stof is deze vaak beter bestand tegen verkleuring ( hoeft niet perse gevoerd ) heeft een lagere krimptolerantie en hangt ook nog soepel door het viscose garen. Zo zijn er natuurlijk tal van verschillende samenstellingen van stoffen, elk met een eigen uitstraling. Toepassing : vitrage, inbetweens, overgordijn en vouwgordijn.

Borduren
Het stikken van decoratieve patronen in stof, leer of papier, met de hand of machinaal.
Hand geborduurde patronen zijn qua vormgeving beïnvloed door de streek waar ze vandaan komen. Ieder land of steek heeft zijn eigen technieken, patronen en kleurgebruik. Handgeborduurde patronen zijn over het algemeen mooier maar arbeidintensiever en duurder dan machinaal borduurwerk

Bouclé
Stof vervaardigd van lussengarens, geeft een rul of korrelig uiterlijk.

Bourette zijde
Weefsel van ruwe zijde. De stof is ruw, genopt,, deels .onzuiver overkomend weefsel in platbinding; vaak met katoen gemengd.

C

Chiffon
Gekweekte zijde. 0orspronkelijke Franse spotnaam voor 'vod', fijndradig, transparant, voileachtig crêpe weefsel in taftbinding.

Chintz (van het meervoud van CHINT)
Van oorsprong katoenen of linnen stof die met felle kleuren en prints werd bedrukt om daarna met een laagje was bedekt te worden, waardoor deze een zijde achtige glans kreeg en tevens vuilwerend werd. De stof is origineel afkomstig uit India en werd later door de Portugezen en Nederlanders naar Europa gehaald. het woord Chintz is afkomstig uit het Hindi en betekend "bont!" Naast unie chintz kennen we veel chintz stoffen met bloem patronen.

D

Damast
(afgeleid van de stad Damascus) Is een weeftechniek, waarbij tekeningen aangebracht worden op een achtergrond van dezelfde kleur. De tekening is daardoor slechts vanuit een bepaalde hoek goed te zien. Vroeger verstond men onder damast altijd een zijden stof die geweven was met die techniek, maar tegenwoordig kan damast ook gemaakt zijn van katoen, wol, linnen, halflinnen en kunstzijde. De weeftechniek, die ontstaan is in het Nabije Oosten, is via Damascus naar het Westen gekomen. Sinds het begin van de 16e eeuw is Kortrijk een centrum van damastvervaardiging. Na het Beleg van Antwerpen (1584-1585) vluchtten veel Kortrijkse wevers naar Holland, waardoor Haarlem opkwam als centrum van damastweven.

Een voorbeeld van damast weefsel is de traditionele geblokt theedoek. Deze blokken is een gevolg van het feit dat bij damast altijd groepen kettingdraden tegelijk bewogen worden. Dit in tegenstelling tot jacquard waarbij elke kettingdraad afzonderlijk bewogen kan worden en dus vloeiende lijnen gemaakt kunnen worden.

E

Embrasse
Met een embrasse wordt een gordijn naar de muur gehouden en samen gebonden. Er zijn verschillende type embrasse: rechte embrasse, bananen embrasse

beeld: Angora konijn

F

beeld: Batik

Flanel
Katoenen weefsel in keper of platbinding, aan één of aan beide kanten geruwd.

Flockprint
Stof met fluweelachtige patronen van op de stof gelijmde vezels.

G

Geruwde katoen
Met kleine scherpe haakjes worden vezeleindjes gedeeltelijk uit de stof omhoog getrokken, waardoor een zacht vezeldek ontstaat.

H

Halflinnen
Weefsel vervaardigd van minstens 40% linnen en katoen.

Harristweed
Op het eiland Harris met de hand geweven dikke, stevige wollen stof. De stof wordt niet geruwd en niet geschoren.

I

Ikat
Ikat (Indonesië), Jaspe (Guatemala), Kasuri (Japan), Matmee of Mudmee (Thailand) zijn namen voor een speciale weeftechniek die mogelijk wel duizend jaar geleden, wellicht in China, is ontstaan. De naam Ikat is het bekendst en stamt uit het Maleis. Voor het weven worden eerst met een speciale verftechniek de draden geverfd.

Inbetweens
Een inbetween is een gordijn met een zachte uitstraling waardoor u goed naar buiten kijkt, terwijl voorbijgangers niet naar binnen kunnen kijken. Privacy, maar zonder een opgesloten gevoel.

J

Jacquardgetouw
Een jacquardgetouw is een weefmachine die is uitgerust met een jacquardmechanisme. Dit apparaat werd uitgevonden door Joseph-Marie Jacquard.

Een of meerdere jacquardmechanismes, naargelang de weefselbreedte, zijn boven het getouw geplaatst. Essentieel is dat elke kettingdraad individueel via een arkadekoord (harnaskoord) door het apparaat wordt aangestuurd. Theoretisch kan men dus elke draad een eigen beweging laten maken. De techniek laat toe om door middel van de harnaskoorden grotere dessins te weven die niet met schachten(groepen kettingdraden) kunnen worden uitgevoerd, zoals ingewikkeld versierde en gebloemde weefsels. Met de invoering van de computer in de weverij is de jacquard veranderd. De eerste toepassing was de vervanging van de kaart door een selectie door de computer. Hierdoor verviel het maken van de kaart en konden fouten door slijtage aan de kaart niet meer voorkomen. Bovendien verloopt de wisseling van patroon veel sneller.

K

Kasjmier
Zachte wollen stof, geweven in keperbinding met haar van de kasjmiergeit. Deze dure haarsoort is glanzend, zeer fijn en zacht, licht van gewicht en erg elastisch en wordt gebruikt voor kostbare sjaals en fijne damesbovenkleding.

Kelim
Een kelim is een plat handgeweven tapijt zonder pool met ingewikkelde of geometrische patronen, meestal van oosterse oorsprong, van de Balkan tot Pakistan en het is waarschijnlijk de vroegst bekende vorm van tapijtkunst. De benaming Kemin is Turks en komt van het Perzische gelim.

Het bijzondere van de Kelim weeftechniek is, dat de patronen aan beide zijden meestal gelijk zijn, er is dus geen voor- of achterkant. Een kelim kan gebruikt worden als vloer- of wandkleed. Ze worden door moslims ook gebruikt als bidkleedjes. Het meest gebruikte materiaal voor de patronen van kelims is wol en voor de scheringdraden gebruikt men katoen. De traditioneel gebruikte kleuren zijn rood, roze, ivoor, blauw en groen.

Kunstvezels
Textielvezels die via een kunstmatig proces worden gemaakt, zodat een vezel of filament ontstaat met eigenschappen van natuurlijke vezels of verbeterde eigenschappen. Halfsynthetische vezels zijn kunstvezels die een natuurlijke grondstof als basis hebben. Bij de productie van kunstvezels wordt gebruikt gemaakt van spindoppen. Een spindop is een dop waarin microscopisch kleine gaatjes zijn gemaakt waardoor een vloeistof gaat die als grondstof wordt gebruikt, en die vervolgens tot draden stolt in een andere vloeistof.

Krimpen
In de interieurbranche is de afspraak dat natuurlijke stoffen 3% mogen krimpen. Dit betekent dat een gordijn met een klare maat van 250 cm, wel 7,5 cm mag krimpen. Krimpen gebeurt niet alleen tijdens en na wassen, maar ook tijdens gebruik. Natuurlijke stoffen kunnen zelfs al tijdens het confectioneren in het atelier tot het hangen bij de klant krimpen. Juist natuurlijke materialen kunnen qua lengte korter of langer worden, afhankelijk van de vochtigheidsgraad.

beeld: Ikat

L

Lurexgarens
Handelsmerk voor metaalgarens.

M

Microvezels
Zeer fijne polyester of polyamide vezels. Deze stoffen vuil afstotend en tevens waterdampdoorlatend.

Modal
Wordt gemaakt van cellulose uit de beukenboom en is een gladde, zachte stof. Het is eigenlijk een verbeterde versie van viscose qua eigenschappen. Het kan 50% meer water bevatten dan katoen. Modal krimpt en verkleurt niet, het kan in warm water gewassen worden. De vorm blijft goed, het is sterk, zowel nat als droog. Het wordt vaak met andere vezels gebruikt zoals katoen en is heel geschikt voor sportkleding. Het is vlamwerend. Vooral in de Verenigde Staten is deze stof populair.

Moiré
Een moirépatroon is een effect dat ontstaat als twee sets met lijnen over elkaar heen gelegd worden onder een iets verschillende hoek, of als zij een iets verschillende lijnafstand hebben. De term komt van het Franse moiré, oorspronkelijk een soort zijde, maar tegenwoordig ook wel van katoen of kunstzijde, met een waterachtig uiterlijk.

Moirépatronen vind je vaak op graflinten. Door met verwarmde rollen met een patroon een stof te persen ontstaat het moiré effect.

beeld: Jacquard

N

Nylon
Is de generieke naam van een groep synthetische polymeren, die chemische gezien geschaard worden onder de polyamiden. De belangrijkste nylonsoort werd op 20 september 1938 gepatenteerd door Wallace Carothers van het chemische bedrijf DuPont en wordt sinds 1938 verkocht. Nylon kent vele toepassingen: van panty tot kunstgewricht en van muurplug tot klimtouw. Nylon was de eerste commercieel succesvolle polymeer en is heden ten dage niet meer weg te denken in onze maatschappij.

O

Organza
Gekweekte zijde. De stof is teer, batis- of chiffonachtig weefsel in taftbinding, deels van fijnste niet ontbaste zijde in ketting en inslag: met natuurlijk stijf karakter.

P

Panama
Is een verzamelnaam voor veelal katoenen stoffen met een matjesbinding (mattingsbinding). Dit is een platbinding met 2 garens naast elkaar, ook wel dubbel plat genoemd.

Q

Quilt (Engels)
Een quilt is een doorgestikte deken. Het wordt gemaakt van drie lagen textiel die op elkaar genaaid worden door middel van quilten. De top (bovenste laag) kan een hele lap stof zijn (whole cloth) of patchwork. Het woord quilt is afgeleid van het Latijnse culcita, dat gevulde zak betekent. Via de Franse woorden couette en cuile werd dit later quilt.

Oorspronkelijk was de quilt bedoeld als deken, om zich te beschermen tegen koude weersinvloeden. De motieven waren eenvoudig.

beeld: Quilt

R

beeld: Tie-dye

Ribfluweel
Inslag poolweefsel met een lengte ribeffect.

S

Satijn (binding)
De naam is afkomstig van het Italiaanse seta (zijde) doordat het weefsel een glad, gesloten en met name een glanzend oppervlak vertoond, veroorzaakt doordat ketting- en inslagdraden elkaar minstens vier op één of omgekeerd kruisen.

T

Tie-dye (Engels)
Verftechniek voor textiel. Door middel van het binden en knopen van de stof wordt een patroon op de stof aangebracht. Vervolgens wordt de stof eerst doordrenkt met water, eventueel gemengd met soda. Hierna worden delen van de stof in verf gedoopt. De verf kan zich op bepaalde delen van de stof niet hechten, omdat de van water doordrenkte stof stevig is geknoopt of samengebonden. Door de stof te bundelen, en vervolgens in verschillende verfkleuren te dopen kunnen spiraalpatronen worden aangebracht.

Kleding die is behandeld met deze techniek, wordt veel gedragen door hippies en mensen van andere alternatieve subculturen.

De techniek wordt wel eens verward met batikken, maar is wezenlijk anders: bij batik wordt was gebruikt om delen van de stof ongeverfd te houden, bij tie-dye worden die delen afgebonden. Mudmee Tie-dye is een zeer specialistische tie-dyemethode die alleen in Thailand wordt gehanteerd. Hierbij worden hele fijne patronen op zijden kledingstukken aangebracht.

U

Uni
Stof in één kleur

V
Velours (naar de Franse naam voor fluweel)
Katoenen poolweefsel met glad oppervlak en met korte loodrecht op het weefsel staande, ingeweven poolgarens. Velours is zwaarder dan fluweel en wordt gebruikt voor gordijnen en meubelbekleding.

Voile
Frans voor sluier. Luchtige, doorzichtige meestal synthetische weefsels.

W

Washi
Washi is een papiersoort die in Japan gemaakt wordt. Het woord Washi betekent letterlijk vertaald Japans papier. Wa staat voor Japans en Shi voor papier. Luxaflex, Sunway en Wood and Washi heeft een collectie raambekleding van washi bestaande uit: rolgordijnen, paneelgordijnen en verticale panelen.

Woolmark
Woolmark staat voor 100% zuiver scheerwol (nieuwe wol) De kwaliteit van stoffen en kant en klaar producten met dit label zijn door de Australische Woolmark Company getest en alleen goedgekeurd indien ze aan de specifieke kwaliteitspecificaties voldoen. Alle Woolmark stoffen zijn voor u een internationale bekende garantie voor zuiver natuurlijk comfort.

X

Y

Z

Zeildoek
Zwaar katoenen of linnen weefsel in platbinding, waarbij grof getwijnd garen wordt verwerkt in ketting en inslag.